4 en 5 mei: herdenken en vieren.
Het is weer 4 en 5 mei. We herdenken de slachtoffers van WO II en vieren de bevrijding. Sommigen vinden dat we op 4 mei de slachtoffers van alle oorlogen moeten herdenken, soldaten en burgers, en dat we op 5 mei de vrijheid voor iedereen op de wereld moeten vieren.
Ik vind van niet.
Laat 4 en 5 mei maar verbonden blijven aan de geschiedenis van Nederland. Voor de rest van de wereld hebben we dan de rest van het jaar. Als je alles en iedereen gaat herdenken, verliest herdenken juist zijn betekenis. Ga je een abstracte vrijheid vieren, dan raakt de bevrijding van Nederland – en daarmee ook de geschiedenis van Nederland – op de achtergrond. Ook dat is verlies.
Mijn ouders hebben de oorlog nog meegemaakt, zodat ik al jong de verhalen over ‘d’n oorlog’ heb meegekregen. Ook de verhalen over de holocaust hoorde ik al vroeg. Bij mijn ouderlijk huis in de buurt woonde namelijk een vrouw die kostgangers hield. Een van die kostgangers was een overlevende van een van de Duitse kampen. Soms logeerde ik daar, samen met mijn zus, als onze ouders er eens een paar dagen tussenuit wilden zonder de kinderen erbij. De kampverhalen die deze buurvrouw van haar kostganger hoorde vertelde zij ons weer. Ik herinner met verhalen over mensen die verteld werd dat ze hun kleren op een haakje moesten hangen en vooral het nummer bij het haakje goed moesten onthouden en die daarna met gifgas werden vermoord in gaskamers. Ik herinner me ook dat de man van deze buurvrouw tegen haar zei: ‘Moet je die kinderen zulke dingen wel vertellen? Dat is toch niet goed voor ze?’ Per slot van rekening was ik toen net 7 of 8 jaar oud, en mijn zus was niet veel ouder, dus het was wel een terechte vraag.
Toen eind jaren 70 de Amerikaanse TV-serie Holocaust werd uitgezonden, kende ik het verhaal van de holocaust dus al. Ik vond de serie ook minder goed dan de verhalen die ik als kind al had gehoord, hoe cru dat ook klinkt.
Nu is de oorlog natuurlijk meer dan de holocaust, hoe groot – en grotesk – die misdaad ook is.
Zelf denk ik altijd aan de spaarzame verhalen van mijn vader die in het westen van Nederland de hongerwinter meemaakte en die – toen hij na de bevrijding weer terug naar zijn ouders wilde – door de quarantaine heen wist te slippen met behulp van een Canadese militair die hem achterin zijn militaire truck verstopte. Ik denk aan de verhalen van mijn moeder over hoe bij haar vader – een boer – aan het eind van de oorlog al het vee werd weggehaald door het Duitse leger. En hoe zij haar moeder verloor door een granaatinslag in de schuilkelder waarin het hele gezin zich schuilhield toen de geallieerden onder dekking van artillerievuur oprukten richting de Maas. Of over de bossen bij mijn geboortedorp, waar langs een van de wandelroutes een kruis stond (en waarschijnlijk nog steeds staat) op de plek waar een ontdekte onderduiker standrechtelijk werd doorgeschoten.
Dat zijn mijn oorlogsherinneringen.
Voor mij is 5 mei de dag van De Bevrijding van Nederland in 1945. Het vieren van ‘vrijheid’ of ‘de vrijheid’, zo u wilt, doe ik iedere dag. Iedere dag dat ik mijn leven in vrijheid geniet is voor mij een vrije dag, of ik nou moet werken of niet.
Met die kanttekening wens ik iedereen vandaag een fijne, vrije, dag.
Paul Verhaegh
PS Job Cohen, voormalig burgemeester van Amsterdam en PvdA-lijsttrekker bij de komende verkiezingen, doet ook een duit in het zakje. 5 mei moet voor iedereen een vrije dag worden, waarop we dan de vrijheid, waaronder ook de vrijheid van meningsuiting, vieren. Behalve dan voor mensen die de vrijheid van meningsuiting niet op een goede manier gebruiken. De vrijheid van meningsuiting geldt dus volgens Cohen niet voor Geert Wilders, want Wilders beperkt juist andermans vrijheid, aldus Job Cohen, ook wel bekend als Job de Gezalfde.
Zo kennen we de PvdA weer: iedereen telt, behalve mensen die het met de PvdA oneens zijn. Dat Wilders juist zelf beperkt wordt in zijn vrijheid dankzij de onverdraagzaamheid van anderen, schijnt niet relevant te zijn. Om nog maar te zwijgen van het feit dat Job de Gezalfde ook nog eens het lijk van Theo van Gogh in zijn politieke kraam tentoonstelt.
Zouden ze bij de PvdA vergeten zijn dat ‘nazi’ altijd nog staat voor nationaal-socialisme en dat dit nationaal-socialisme een loot van dezelfde stam is als dat andere socialisme, waarvan de PvdA van Job de Gezalfde in het hedendaagse Nederland de belangrijkste representant is. Misschien moeten Job en zijn partij van Rode Stürmers daar maar eens over nadenken. Op 5 mei bijvoorbeeld.